Home | Verkeersregels | Thema's
Verlichting
Goede verlichting in het verkeer is erg belangrijk. Rijden in het donker zonder verlichting is natuurlijk onmogelijk. Niet alleen heeft u zelf geen zicht op de weg, uw medeweggebruikers zien u ook niet! Ook bij slechte weersomstandigheden is goede verlichting erg belangrijk. Niet alleen voor de auto, maar ook voor de bromfiets, de fiets en de scooter.
Dimlicht voor
Bestuurders van motorvoertuigen, bromfietsen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuig moeten dimlicht voeren bij nacht en bij dag, indien het zicht wordt belemmerd.
Groot licht voor
Het voeren van groot licht is toegestaan, maar NIET bij dag, bij het tegenkomen van andere weggebruikers en kort achter een ander voertuig.
Verlichting achter
Achterlicht en de kentekenverlichting moet branden bij groot licht, dimlicht, stadslicht of mislicht. Gekoppelde aanhangwagens moeten onder de genoemde omstandigheden achterlicht, kentekenverlichting en zijlicht voeren.
Vervallen regels
Het half uur voor zonsondergang en na zonsopkomst is dus vervallen. Binnen de bebouwde kom mag nu ook met groot licht worden gereden.
Gebruik mistlicht
Bestuurders van motorvoertuigen en gehandicaptenvoertuigen mogen mistlicht aan de voorzijde voeren als het zicht ernstig belemmert wordt, zoals bij mist, sneeuwval of zware regenval. Het mistachterlicht mag gevoerd worden als het zicht minder is dan 50 meter, bij mist of sneeuwval. Bij regen mag het mistachterlicht dus niet worden gebruikt, omdat dit verblindend werkt.
Verlichting (brom)fietsers en gehandicaptenvoertuigen
Fietsers, bromfietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen moeten voor- en achterlicht voeren bij nacht en overdag bij slecht zicht.
Verlichting ruiters en begeleiders van vee
Ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee moeten bij nacht en overdag bij slecht zicht een lantaarn meevoeren met naar voren wit en naar achteren rood licht.
Verlichting colonnes
Door voetgangers gevormde colonnes en optochten moeten buiten de bebouwde kom bij nacht en overdag met slecht zicht aan de linkervoorzijde wit of geel licht voeren en aan de achterzijde rood licht. Beide lichten moeten naar alle richtingen uitstralen. Binnen de kom geldt deze regel niet vanwege voldoende straatverlichting.
Verlichting stilstaande voertuigen
Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen moeten 's nachts en overdag bij slecht zicht stadslicht en achterlicht voeren als zij buiten de bebouwde kom stilstaan op:
- de rijbaan
- langs auto(snel)wegen gelegen parkeerplaatsen, parkeerhavens, vluchtstroken of vluchthavens
Stilstaande aanhangwagens moeten onder de genoemde omstandigheden achterlicht en zijlicht voeren. Stilstaande wagens moeten onder deze omstandigheden buiten de bebouwde kom op de rijbaan voor- en achterlicht voeren.
Binnen de kom gelden deze regels niet vanwege voldoende straatverlichting en de lagere snelheid waarmee wordt gereden.
Bijzondere lichten
Bestuurders van motorvoertuigen mogen tegelijk met dim- of mistlicht aan de voorzijde bermlicht, richtlicht of lichten ter aanduiding van de omtrek van het voertuig of lading voeren. Bij groot licht mag alle verlichting gevoerd worden.
|