Home | Verkeersregels | Voertuigcategorieën
Gehandicapten in het verkeer
Veel mensen kennen angstgevoel in het verkeer. Soms zijn deze gevoelens zo erg, dat zij het liefst thuis blijven. Dit kan in het bijzonder gelden voor mensen met een handicap, toch 10% van de Nederlandse bevolking. Steeds vaker vragen verkeersorganisaties bij verkeersdeskundigen, stedenbouwkundigen, architecten en vooral beleidsmakers aandacht voor dit probleem.
Deze pagina behandelt een aantal verkeersregels, die speciaal gericht zijn op gehandicapten. Met name wordt aandacht besteed aan gehandicapte mensen die lopend of met een gehandicaptenvoertuig aan het verkeer deelnemen, of met openbaar vervoer reizen.
Wat is gehandicaptenvoertuig?
Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig vormen een afzonderlijke categorie weggebruikers. In artikel 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens is precies omschreven wat onder een gehandicaptenvoertuig moet worden verstaan:
Een voertuig, ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 m, dat niet is uitgerust met een motor of voorzien van een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximum snelheid niet meer dan 45 km/h bedraagt en niet zijnde een bromfiets.
Aangepaste personenauto's, waarin gehandicapten rijden of vervoerd worden, behoren dus NIET tot de categorie gehandicaptenvoertuig.
Veiligheidsadviezen
Als het gehandicaptenvoertuig is voorzien van autogordels, moeten deze ook worden gebruikt. Naast de verplichte linkerbuiten- en binnenspiegel is een rechterbuitenspiegel aan te bevelen. Zien en gezien worden is zeer belangrijk in het verkeer, ook voor mensen die zich minder zeker en snel in het verkeer kunnen bewegen. Dit wordt bereikt met verlichting en reflectie. Zelf voldoende zien doet u bijvoorbeeld met de spiegels. Houdt ook de ruiten van het voertuig voldoende schoon.
Plaats op de weg
Gehandicaptenvoertuigen mogen zowel binnen als buiten de bebouwde kom gebruikt worden. Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig gebruiken trottoir, voetpad, fietspad, of de rijbaan. Zij zijn helemaal vrij in hun keuze van de plaats op de weg.
Rijden op rijbaan of fietspad
Als zij gebruik maken van het fietspad of op de rijbaan moeten zij zoveel mogelijk rechts houden en de regels volgen voor (brom)fietsers. Bij linksaf slaan is het beter om niet voor te sorteren, maar zoveel mogelijk rechts te blijven rijden. Maak bij het afslaan dan een zo groot mogelijke bocht naar links. Is de rijbaan verdeeld in voorsorteervakken mag de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig voorsorteren. Houdt dan vooral het verkeer achter U in de gaten voordat U het voorsorteervak oprijdt.
Rijden op het voetpad
Op het trottoir moet de ruimte gedeeld worden met de andere voetgangers en. Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig die alleen op pad zijn, kunnen in moeilijkheden komen bij het op- en afrijden van een trottoir. Schroom dan niet om iemand te hulp te vragen. Kies altijd voor een zodanige plek om over te steken, dat u alles kunt overzien, maar dat u ook gezien kunt worden.
Invalideoprit
Indien er wensen zijn voor een zogenaamd invalideoprit op een bepaalde locatie kunt u deze melden bij klantinfo, tel.: 587690. Dergelijke voorzieningen worden alleen op kruisingen gerealiseerd. Dus aanvragen op rechte wegvakken heeft geen zin.
Oversteekplaatsen
Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, die op een zebrapad oversteken of op het punt staan om over te steken, voor laten gaan. Deze regel geldt alleen bij oversteekplaatsen waar geen verkeerslichten staan. Zijn er wel verkeerslichten, dan moet de voetganger of bestuurder daar gebruik van maken.
Als er geen zebramarkering, maar zogenaamde kanalisatiestrepen zijn aangebracht, gelden de voorrangsregels voor de voetganger en de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig niet.
Verkeerslichten met rateltikken
Een aantal voetgangerslichten is voorzien van een zogenaamde rateltikken voor blinden en slechtzienden.
- Bij 'groen' werkt dan een ratel met zo'n 800 tikken per minuut
- Bij rood' ratelt het apparaat met ongeveer 75 keer per minuut.
Voor de verkeerslichten waarbij het rode voetgangerslicht is vervangen door een oranje knipperende driehoek zal de ratel op rood staan ingesteld, dus 75 keer per minuut. Daarmee wordt bevorderd dat mensen met een visuele handicap niet oversteken bij de driehoek, maar wachten op groen.
Rechtsaf bij rood soms toegestaan
Als bij verkeerslicht een bord is geplaatst met de tekst "Rechtsaf voor (brom)fietsers vrij", gelden het gele en rode licht niet voor rechtsafslaande bestuurders van een gehandicaptenvoertuig. Voorzichtigheid hierbij blijft echter wel geboden. Zij moeten namelijk al het overige verkeer voor laten gaan.
Oranje knipperende driehoek
Op een aantal plaatsen is het rode voetgangerslicht vervangen door een oranje knipperende driehoek. Dat knippersignaal geeft aan, dat voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig wel mogen oversteken. Zij moeten echter wel het verkeer op de rijbaan voor laten gaan. Het is mogelijk om bij zo'n oversteekplaats met een oranje knipperende driehoek het groene voetgangerslicht op te roepen door middel van een drukknop. Het verkeerslicht springt dan voor het rijdend verkeer automatisch op rood.
Gehandicaptenvoertuigen voor
Op kruispunten waar een zogenaamde opgeblazen fietsopstelstrook is aangebracht, kunnen bestuurders van gehandicaptenvoertuigen zich voor de auto's opstellen. Het voordeel hiervan is o.a.:
- Ruimere en veiliger opstelmogelijkheid bij rood licht
- Minder conflicten tussen de (brom)fietsers, bestuurders van gehandicaptenvoertuigen en auto's voor en op het kruispunt
- Geen last van uitlaatgassen
Openbaar vervoer
Veel mensen met een handicap zijn aangewezen op het openbaar vervoer en gaan lopend naar de bushalte of het station. Gelukkig spelen steeds meer vervoerbedrijven in op het feit dat mensen met een handicap van deze openbare voorziening gebruikmaken. Zo komen er in steeds meer plaatsen zogenaamde lagevloerbussen, waar veel makkelijker ingestapt kan worden dan in de traditionele bussen. Ook de bushaltes in Helmond worden beter toegankelijk gemaakt.
Treinen
Bij treinen is het om technische redenen moeilijk een makkelijke instap te creëren. Daarom is er bij de Nederlandse Spoorwegen een speciale hulpdienst voor reizigers met een handicap. Hoe u daarvan gebruik kunt maken, kunt u lezen in de speciaal hierover verschenen brochure "Gehandicapten op reis met de trein". Schriftelijk aanvragen van de folders kan bij: NS Klantenservice, Antwoordnummer 4470, 3500 VE Utrecht.
Handige tip
Informeer voordat u vertrekt naar de vertrek- en overstaptijden voor de reis die u wilt gaan maken. Onder telefoonnummer 0900-9292 zijn alle inlichtingen over het binnenlands treinverkeer en aansluitend ander openbaar vervoer te krijgen (50 ct. p. min.). U kunt natuurlijk ook kijken op www.9292ov.nl of www.hermes.nl voor de buslijnen in Helmond.
Gehandicaptenparkeerplaats
Op een gehandicaptenparkeerplaats mag alleen geparkeerd worden door:
- Een gehandicaptenvoertuig
- Een voertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is
- Indien de gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd voor een bepaald voertuig, dat voertuig
- Een herkenbaar gehandicaptenvoertuig hoeft dus geen gehandicaptenparkeerkaart in de auto te hebben liggen.
Als het een bijzondere gehandicaptenparkeerplaats is, wordt dit met een onderbord aangegeven. Meestal staat daar het kenteken van het motorvoertuig vermeld.
Mensen die slechts beperkte afstanden kunnen lopen kunnen voor hun woning een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken aanvragen. Meer info hierover kunt u krijgen via WVG van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
Oversteken door een blinde of slechtziende
Alle bestuurders, dus ook die van gehandicaptenvoertuigen, moeten als zij op het fietspad of op de rijbaan rijden, aan blinden en slechtzienden met blindenstok en alle personen die zich moeilijk voortbewegen, ALTIJD ongehinderde doorgang verlenen. Als een blinde of slechtziende wil oversteken, staat hij of zij aan de stoeprand met de punt van de stok op de grond en met gestrekte arm. De gehandicapte luistert dan naar openingen in het verkeer om te kunnen oversteken. Is er een opening wordt de stok naar voren gestoken tot een hoek van ongeveer 45 graden. Dit is het oversteeksignaal. Nadat dit signaal is gegeven, wordt overgestoken.
Tijdens het oversteken blijft de positie van de stok op ongeveer 45 graden tot ongeveer de helft van de breedte van de straat is bereikt. Hierna gaat hij/zij over op de stoklooptechniek. Bij slecht zicht (duisternis, regen of mist) of wanneer het erg druk is mag de stok tijdens het oversteken op en neer worden bewogen.
|