HOMECONTACT
Home | Tips

Tips Kinderen en fietsen

De fiets is hét vervoermiddel voor kinderen. Ze gaan met de fiets naar school, naar de vrienden, vriendinnen, de sportclub of naar opa en oma. Kinderen trappen heel wat kilometers weg in het verkeer. Helaas belanden daarbij per jaar ruim 4000 kinderen in het ziekenhuis. 

De ervaring van alledag is, dat kinderen de weg op gaan met fietsen vol gebreken. Slechte remmen, geen profiel op de banden, een te losse ketting, geen of een niet werkende fietsbel enz.

Als een kind de driewieler is ontgroeid, zal er een andere fiets gekocht moeten worden. Wat voor fiets moet er dan gekocht worden? Een nieuwe of een tweedehands? Een stoere jongensfiets, een roze meisjesfiets, een mountainbike of een racefiets? En vanaf welke leeftijd kan een kind eigenlijk zelf fietsen? Met of onder zijwieltjes?

Hieronder vindt u antwoord op al die vragen. Inclusief een aantal tips om uw kind te leren fietsen.
 
 
De juiste maat
 
De maat van een fiets wordt doorgaans uitgedrukt in de vorm van de bijbehorende bandenmaat (in inches). Daarbij gelden de volgende vuistregels:

  • 12 inch is geschikt is voor 2- tot 3-jarigen
         (lengtemaat van het binnenbeen 35-40 cm)
  • 16 inch voor 4- tot 6-jarigen
         (beenmaat 43-55 cm)
  • 20 inch voor 7- tot 11-jarigen
         (beenmaat 58 cm).

Vanaf 11 jaar past het kind op een volwassen fiets met een klein frame en 26 inch banden. Uitzonderingen in lengte daargelaten natuurlijk.

Hoe bepaalt u nu de juiste maat voor uw kind? Dat gaat als volgt. Zet het kind op de fiets met de benen bijna gestrekt. De onderste voet moet rusten op het onderste pedaal, de andere voet moet de grond raken. Let op dat u een fiets niet te groot koopt; het is frustrerend als uw kind niet met zijn voeten bij de grond kan.
 
 
Zadelhoogte
 
Als het kind nog niet goed kan fietsen, kan het zadel wat lager gezet worden, zodat het kind stevig op de grond kan staan. Als het kind eenmaal goed fietst, kan het zadel weer op de juiste hoogte.
   
Stuurbreedte
 
De ideale fiets heeft een stuurbreedte die even groot is als de schouderbreedte van het kind.
  
Type en kleur
 
Het aanbod is overweldigend. Van de stoere mountainbike tot de kleurige kleuterfiets. In de praktijk mondt de keuze vaak uit in een gevecht tussen de wensen van uw kind en de mogelijkheden van uw eigen portemonnee. Vooral wanneer u ook nog rekening wilt houden met een eventueel broertje of zusje. Want kleine broertjes vinden het doorgaans niet zo fijn om zich voort te moeten bewegen op de romantisch roze fiets van hun oudere zusje.
  
Nieuw of tweedehands
 
Het besluit om een nieuwe of een tweedehands kinderfiets te kopen is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid geld die te besteden is. Als de financiën het toelaten en meer kinderen in de toekomst van het fietsje gebruik gaan maken, kan het praktischer zijn om een nieuwe fiets te kopen dan een tweedehands. Een nieuwe fiets gaat langer mee dan een tweedehands en hoe meer kinderen er gebruik van maken, des te lager de kosten per kind.

Anderzijds moet u natuurlijk niet bang zijn voor wat krassen hier en daar. Uw kind kan zijn nieuwe fietsje de eerste de beste keer al in het struikgewas jagen, of langs een muurtje schuren. Daar moet u tegen kunnen.

Als u een tweedehands fiets koopt, let dan op de volgende dingen:

  • Controleer de maat. De fiets moet niet te groot zijn en het kind moet goed bij de trappers kunnen;
  • Controleer de algemene staat van de fiets. Koop geen opknappertjes om geld uit te sparen, want onderdelen zijn erg duur!
  • Controleer of het zadel nog heel is;
  • Controleer of het frame niet al te veel roest bevat;
  • Controleer of de trappers soepel lopen, en of er geen speling in de trap-as zit;
  • Controleer of er geen slag in het wiel zit;
  • Controleer of de spaken allemaal goed vastzitten;
  • Controleer of de banden nog goed zijn.

Een fiets die in een redelijke staat verkeert, kunt u gemakkelijk en zonder al te veel kosten een beetje opvrolijken met een nieuwe bel of een fietsmandje.
 
 
De wettelijke eisen aan de fiets
 
Een goedgekeurde rode achterreflector.

In de trappers gele reflectoren. Trappers moeten een stroef oppervlak hebben.

Een goed hoorbare bel.

Het stuur van de fiets moet goed vastzitten.

Twee goed werkende velgremmen of een goed werkende terugtraprem/trommelrem.

Witte of gele zijreflectoren aan de wielen.

Goed werkende verlichting voor en achter
 

De oranje vlag
 
Ziet u ze wel eens rijden, die kinderen met zo'n oranje vlaggetje op zo'n lange oranje staak? Dat is geen verlate groet aan onze vorstin, nog nazwiepend van de laatste koninginnedag, maar een nuttig hulpmiddel ter verhoging van de veiligheid. Kinderfietsen zijn immers klein, en automobilisten zien ze snel over het hoofd. Met zo'n fel gekleurde vlag die boven alles uitsteekt, maakt u uw fietsende kind goed zichtbaar. Ze zijn niet duur (3 à 4 euro) en makkelijk te monteren.

Attentie:
Het gebruik van deze oranje vlag kan er wel voor zorgen, dat de allerkleinsten minder stuurvast zijn. De vlag wil door het fiberglas staak behoorlijk zwiepen, waardoor uw kind vrij veel van links naar rechts stuurt.

Om metaalmoeheid van de bevestigingsstrip te voorkomen, kan het nuttig zijn om de fiberglazen staak nog met een extra touwtje aan de bagagedrager vast te maken. En houd er rekening mee dat uw kind wel zal moeten wennen aan het opstappen; eventjes stoer het been over de bagagedrager slingeren is er niet meer bij.
 
 
Achteruit fietsen verboden
 
Kinderfietsen waarmee uw kind achteruit kan fietsen zijn verboden. Deze fietsen hebben een zogeheten doortraprem. Fietsen met een doortraprem zijn verboden, omdat remmen nauwelijks mogelijk is. De trappers blijven altijd doordraaien, waardoor het kind weinig steun heeft en snel kan vallen.

U moet zélf controleren of een kinderfietsje onveilig is, want voorlopig kunnen ook 'verboden' fietsjes nog het CE-merk dragen (vanwege verschillen tussen de Europese landen). Speelgoedfietsen (met een zadelhoogte tot 43,5 cm) mogen nog wél een doortraprem hebben. Veilige fietsjes hebben twee velgremmen of een terugtraprem.
 
 
Fietsen zonder zijwieltjes
 
Sommige kinderen kunnen al vanaf hun vierde jaar zonder zijwieltjes fietsen, maar bij de meeste duurt het wat langer. Gemiddeld leert een kind rond zijn vijfde verjaardag zonder zijwieltjes te fietsen, maar er zijn er ook een heleboel die dat pas leren als ze zes of zeven zijn.

Het karakter van uw kind speelt hierbij een belangrijke rol. Vind hij/zij het leuk om al dingen zelf te kunnen, of heeft het een sportieve aanleg, dan zal hij/zij eerder los kunnen fietsen dan een kind dat wat angstiger is of dat het totaal niet interesseert.

De meeste kinderen zullen uit zichzelf willen proberen zonder zijwieltjes te gaan fietsen als ze hun leeftijdsgenootjes dat zien doen. Als het kind gemotiveerd is om het te leren, kunnen sommigen het binnen 5 minuten!

Het is overigens een crime om op stap te gaan met een kind dat nog met zijwieltjes fietst. Doordat het kind steun heeft, hoeft het nog niet snel te fietsen om stabiel te blijven. Het kan zelfs af en toe stoppen zonder om te vallen. Ook snel fietsen is trouwens geen lolletje. Doordat de zijwieltjes af en toe de grond raken, kan het fietsje gaan slingeren en uiteindelijk gewoon omvallen.

Kortom: als uw kind echt met u mee moet fietsen, kunt u waarschijnlijk beter een spoedcursus fietsen organiseren. Soms duurt die één dag, soms meerdere dagen.
 
 
Leren fietsen
 
Hoe richt u zo'n spoedcursus in? Oftewel: hoe leert u een kind eigenlijk fietsen? Het kind moet het zelf willen, anders wordt het niets. Wacht desnoods nog een paar weken tot het moment zichzelf aandient.

Zorg dat het kind voldoende vertrouwen heeft in het welslagen van de onderneming en zich voldoende veilig voelt. Dus geen gevloek, maar veel geduld. Van een fysiotherapeute die gespecialiseerd is in het leren fietsen van 'moeilijke gevallen' kregen we ooit de gouden tip om een lange das of sjaal om het middel van het kind te knopen, en het zo 'aan de leiband' te leren fietsen. Gaandeweg kunt u de sjaal wat laten vieren, terwijl het kind blijft denken dat het vastgehouden wordt.

Laat het kind niet naar zijn trappers of zijn stuur kijken, maar recht vooruit.

Besteed vooral veel aandacht aan het veilig leren stoppen. Met name het moment waarop de stilstaande fiets gaat kantelen, en er één been op de grond gezet moet worden, moet goed geoefend worden.
 
Fietsen in het verkeer
 
Sommige kinderen fietsen al met hun ouders mee naar school als ze nog maar net 4 zijn, andere kinderen doen daar wat langer over. Vooral in de grote steden kan het soms tot een jaar of 5 of 6 duren voor je je kind op straat laat fietsen.

In principe kan een kind van 4 best naast een volwassene fietsen, hoewel dat natuurlijk sterk van de verkeerssituatie afhankelijk is. Als je het verkeer te druk vindt, kun je misschien een alternatieve route naar school fietsen die door een rustiger wijk gaat. Of, als dat mogelijk is, kun je je kind op de stoep laten fietsen terwijl je zelf op de weg fietst.

Tip: Bind een lintje aan de rechterkant van het stuur, zodat altijd duidelijk is wat links en rechts is.

Voordat je je kind voor het eerst zelf laat fietsen, is het aan te raden om eerst wat basisregels over het verkeer uit te leggen. Ook is het belangrijk dat je zeker weet dat je kind ook midden in het verkeer goed naar jouw aanwijzingen luistert. Als het kind in een opstandige periode zit, is het misschien verstandiger om nog even een fietsstoeltje of een fietskar te gebruiken. 
  
 
Bron: www.infopolitie.nl


Laatste Nieuws

fietsverlichting Noord Brabant

Meer >

Fieters Licht aan


© Platform verkeersveiligheid Helmond • Disclaimer