Home | Verkeersregels | Verkeersregels overige landen
Verkeersregels Frankrijk
Alcohol in het verkeer
Het maximaal toegestane alcoholpromillage is 0,5.
Antiradarapparatuur
Het meenemen en/of gebruiken in de auto van anti-radarapparatuur is, ook voor buitenlanders, verboden.
Bijzonderheden
Het is verboden een voertuig langer dan zeven dagen op dezelfde plaats te laten staan.
Motoren zijn ook overdag verplicht om dimlicht te voeren.
Bijzonderheden bij het tanken
LPG is langs de snelwegen goed verkrijgbaar, langs andere wegen minder goed. De vulnippel correspondeert niet met de tankaansluiting. U hebt voor Frankrijk altijd een verloopnippel nodig. Creditcards worden vaak geaccepteerd. Dikwijls zijn er ook betaalautomaten voor biljetten.
Klik hier voor de actuele brandstofprijzen
Brandblusser
Niet verplicht.
Gevarendriehoek
Als bij pech de alarmverlichting niet werkt, moet een gevarendriehoek neergezet kunnen worden.
Invalidenparkeerkaart
Voor gehandicapten gereserveerde plaatsen worden aangeduid door een bord met rolstoelsymbool. Op wegen waar parkeren gratis is, maar met een tijdslimiet, mag ongelimiteerd geparkeerd worden. In gebieden met betaald parkeren moet betaald worden. In voetgangersgebieden mag niet gereden of geparkeerd worden. Op wegen waar een parkeerverbod geldt, mag niet geparkeerd worden. Op parkeerplaatsen worden doorgaans geen faciliteiten geboden. In Parijs mogen auto's met Europese gehandicaptenkaart gratis langs de weg worden geparkeerd. Vanwege lokale verschillen altijd ter plaatse informeren naar de faciliteiten.
Kinderen
Kinderen tot 10 jaar moet zowel op de voorbank als op de achterbank in een 'kinderbeveiligingsmiddel' (stoeltje of kussen) zitten. Tenzij ze groot genoeg zijn om de veiligheidsgordel te dragen.
Lading op voertuig of aanhanger
- Lading mag niet naar voren uitsteken.
- Lading mag max. 3 mtr naar achteren uitsteken.
- Lading mag max. 2,55 mtr breed zijn.
- Lading die meer dan 1 mtr uitsteekt moet voorzien zijn van een rood/wit gestreept bord. ’s Nachts en bij slecht zicht moet de uitstekende lading ook voorzien zijn van verlichting.
Maximumsnelheid
Binnen de bebouwde kom 50 km/u, buiten de bouwde kom op tweebaanswegen 90 km/u en op wegen met gescheiden rijbanen en 4 of meer rijstroken 110 km/u (100 bij regen). Op autosnelwegen 130 km/u (110 bij regen). De maximumsnelheid voor motoren tot 80 cc is buiten de bebouwde kom 75 km/u. De maximumsnelheid voor bromfietsen is overal 45 km/u.
Bromfietsen
Het dragen van een helm is verplicht voor alle berijders. Een aanhangwagen is toegestaan. Het vervoer van één passagier is toegestaan, mits speciale zitplaats (duo- of buddyseat) en voetsteunen aanwezig zijn.
Zie ook 'Rij- en kentekenbewijzen' en 'Maximumsnelheid'.
Sneeuwkettingen
Sneeuwkettingen mogen slechts gebruikt worden op besneeuwde wegen en moeten op de aangedreven wielen worden geplaatst. Sneeuwkettingen zijn op sommige bergpassen verplicht.Dat geldt dan ook voor aanhangwagens. Een rond blauw bord met de afbeelding van een autoband plus sneeuwketting geeft een verplichting tot gebruik van sneeuwkettingen aan. Hoewel de Spikes-spider en de Spikes-spider Sport wettelijk niet gelijkgesteld worden aan sneeuwkettingen, worden ze in de praktijk wel als zodanig geaccepteerd.
Winterbanden
Zie: regels voor winterbanden in het buitenland
Spijkerbanden
Van 11 nov tot 26 mrt toegestaan op voertuigen tot 3,5 ton. Alleen de wielen met aandrijfkracht moeten voorzien zijn van spijkerbanden. Maximumsnelheid: 90 km.
Telefoneren in de auto
Bestuurders mogen tijdens het rijden slechts handsfree telefoneren.
Tol
Het grootste deel van de autsosnelwegen in Frankrijk bestaat uit tolwegen. De uitzonderingen zijn de trajecten in en rond de grote steden, Luxemburg-Nancy (A31), Bordeaux-Bayonne (N10), Vierzon-Brive (A20) en Clermont-Ferrand-Millau (A75).
De belangrijkste toltarieven
Veiligheidsgordels
Zowel op de voor- als op de achterbank verplicht.
Verbandtrommel
Niet verplicht.
Voorrang
Op gelijkwaardige kruisingen binnen de bebouwde kom heeft al het verkeer van rechts voorrang, daarbuiten worden voorrangswegen als zodanig aangegeven. Op rotondes die worden gemarkeerd met een driehoekig waarschuwingsbord met een witte ondergrond en een rode rand met daarop 3 pijlen die de rijrichting van de rotonde aangeven, moet het verkeer dat het plein nadert voorrrang verlenen aan het verkeer óp de rotonde. Op rotondes die niet van dit bord zijn voorzien geldt dat rechts voorrang heeft, m.a.w. het verkeer op de rotonde moet daar voorrang verlenen aan het verkeer dat de rotonde op komt.
Op bergwegen en andere hellende wegen heeft stijgend verkeer voorrang op dalend verkeer. Zonodig moet het dalende voertuig stoppen en terugrijden, tenzij het stijgende verkeer zich vlak bij een uitwijkplaats bevindt. Om praktische redenen hebben in de praktijk zware voertuigen, zoals bussen, voorrang op lichtere voertuigen.
Bron: ANWB
|